Erik Lindner (Den Haag, 1968) begon op zijn zestiende met het voordragen van poëzie en debuteerde als dichter met de dichtbundel Tramontane. De Bezige Bij publiceerde vervolgens Tong en trede en Tafel. In weerwil van de gedachte na deze trilogie nooit meer een T als initiaal voor een dichtbundel te gebruiken, noemde hij zijn vierde bundel Terrein. Het was volgens zijn zeggen het enige passende woord. In 2013 publiceerde hij zijn eerste roman, Naar Whitebridge. Na zijn overstap naar Van Oorschot publiceerde hij de dichtbundel Zog , de roman 51 manieren om de liefde uit te stellen en zijn meest recente bundel Hout. De poëzie van Erik Lindner leert ons vooral opnieuw te kijken naar de rijkdom die ons dagelijks wordt gepresenteerd als we simpelweg onze ogen de kost geven, ja, eigenlijk als we gewoon onze zintuigen gebruiken. Observaties die aanvankelijk lukraak lijken, maar een diepere grond blootleggen.
In Benader bouwt architect, hoogleraar en schrijver Klaske Havik (1975) werelden met woorden. Aarde en steen, licht en klank zijn de bouwmaterialen die volgens Havik plekken tot leven roepen. De bundel voert langs landschappen, steden en gebouwen en schetst sfeerbeelden van voetstappen in stegen, stilte in sneeuw, licht dat valt op een betonnen muur, een ontmoeting, een verte. Het zijn plaatsen van herinnering, verbeelding en benadering: dichten is dichtbij brengen. Klaske Havik is hoogleraar Methoden van Analyse en Verbeelding aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. In haar academische werk ontwikkelde zij een literaire benadering van architectuur die zich toespitst op de ervaring, het gebruik en de verbeelding van ruimte. Haar gedichten verschenen in het Engels als Way and Further (2021) en in het Ests als Tee Edasine (2026).