Stefan Hertmans (Gent, 1951) publiceerde romans, verhalen, essays en dichtbundels en geldt als één van de belangrijkste auteurs in de Nederlandstalige literatuur van de laatste decennia. Oorlog en terpentijn, De bekeerlinge, De opgang, Dius, het zijn romans die alom geprezen werden, door lezers en recensenten. Ook als dichter is hij van meet af aan een belangrijke stem. In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor de dichtbundel Muziek voor de overtocht (1995). Voor Bezoekingen kreeg hij de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap (1995) en de Paul Snoekprijs (1996). Voor de bundel Goya als hond (2000) ontving hij de Maurice Gilliamsprijs. Na zijn overstap naar De Bezige Bij verschenen de dichtbundel Kaneelvingers (2005) en zijn verzamelde gedichten onder de titel Muziek voor de overtocht. Gedichten 1975-2005 (2006).
Ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag werd in 2026 zijn debuut Ruimte heruitgeven en verscheen met Smeltwater en middagzon zijn verzamelde journalen 1990-2000. In januari 2027 verschijnt de poëziebundel De ceders in november, een lang prozagedicht gebaseerd op gevonden foto’s.
Johan Reyniers, schrijver, dramaturg en samensteller van de verzamelbundel De essays 1982-2022 van Hertmans, gaat met de auteur in gesprek over deze nieuwe
bundel.